Naar hoofdinhoud

Artikel 2:5

Artikel 2:5

Onderdeel van Vaststelling Marktreglement Den Haag 2016

Overlijden is niet langer de enige mogelijkheid voor overschrijving. Deze voorwaarde leidt in de praktijk tot onwenselijke situaties waarin vergunninghouders die, bijvoorbeeld vanwege leeftijd of gezondheid, willen stoppen met werken. Overschrijving bij leven is mogelijk op de echtgenoot of geregistreerd partner van de vergunninghouder en familieleden uit de eerste graad bloedverwantschap. Dit zijn (adoptie)ouder(s) en (adoptie)kind(eren). De verschuldigde marktgelden en alle andere vorderingen voortvloeiend uit de verplichtingen ten aanzien van de markt door de vaste vergunninghouder moeten volledig zijn voldaan. Dit betreft dus ook de huur voor de standplaatsen op de Haagse Mart. Om te voorkomen dat er schijnhuwelijken dan wel geregistreerde partnerschappen worden aangegaan ter verkrijging van een vergunning, is opgenomen dat de vergunninghouder ten minste vijf jaar een gemeenschappelijke huishouding moet hebben gevoerd met deze partner. Het artikel verschilt verder niet veel van het oude overschrijvingsartikel. Wat nieuw is, is dat een aanvraag om overschrijving voortaan binnen acht en niet meer binnen zes weken na het overlijden van de vergunninghouder moet worden ingediend. Zo hebben de echtgenoot of geregistreerd partner van de vergunninghouder of eerstegraads bloedverwant van de vergunninghouder langer de tijd om na overlijden de zaken goed te regelen. Het besluit tot overschrijving vervalt van rechtswege indien van de overgeschreven marktvergunning niet binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit tot overschrijving gebruik wordt gemaakt. In totaal heeft de rechtsopvolger dus 14 weken de tijd de opvolging feitelijk te regelen. Dit is twee weken langer dan werd bepaald in het Marktreglement Den Haag 2013. Verder is nieuw dat, als de betreffende bloedverwant reeds vergunninghouder is op de betreffende markt en marktdag, deze marktvergunning wordt opgezegd, om te voorkomen dat er vergunninghouderschap ontstaat voor verschillende standplaatsen verspreid op de markt. Dit werkt onderhuur in de hand, de vergunninghouder kan namelijk niet op meerdere verspreide standplaatsen tegelijk zijn. Het is bovendien slechts toegestaan ten hoogste drie aaneengesloten standplaatsen te vergunnen.

Rechtspraak bij dit artikel