**1..** De voorzitters van de raadskamers worden door de raad benoemd en ontslagen.
**2..** Tot voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kunnen alleen leden van de raad worden benoemd.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de raadskamer bij verhindering van de voorzitter voor ten hoogste twee vergaderingen uit haar midden een tijdelijk plaatsvervangende voorzitter benoemen.