Naar hoofdinhoud

Artikel 27

Wijziging toe- en uittreding en opheffing.

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Samenwerking Volkshuisvesting Zaanstreek

1.. Een wijziging van de regeling kan worden voorgesteld door elke deelnemer. 2.. Een besluit tot wijziging van de regeling komt tot stand na een unaniem besluit van alle deelnemers. 3.. Een besluit tot opheffing van de regeling komt tot stand op grond van een daartoe strekkend besluit van ten minste 1 deelnemer. 4.. Een uittreding uit dan wel een toetreding tot de regeling geschiedt door middel van daartoe strekkende besluiten van een deelnemer, respectievelijk van de bestuursorganen van een toetredende gemeente. Ingeval van toetreding moeten ten minste twee van de deelnemers hiermede instemmen. In geval van uittreding van een deelnemer of opheffing van de regeling worden de financiële gevolgen door Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam in een rapportage neergelegd. 5.. Een rapportage als bedoeld in het 4e lid, wordt in ieder geval ter behandeling ingebracht in de door het Algemeen Bestuur ingestelde commissies en vervolgens ter behandeling toegezonden aan de deelnemers. 6.. Indien bij een besluit tot uittreding of opheffing niet tot overeenstemming kan worden gekomen, geeft het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam het VB Accountantskantoor VNG of een andere deskundige opdracht een liquidatieplan op te stellen, waarbij in ieder geval afkoopsommen worden berekend als bijdrage in alle relevante kosten die verband houden met de liquidatie. 7.. Alvorens tot de in het hierna volgende lid bedoelde besluitvorming over te gaan, worden de deelnemers minimaal drie maanden tevoren gehoord met betrekking tot een ontwerp-liquidatiebesluit. 8.. Het liquidatie besluit wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam en ter goedkeuring toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. 9.. Een besluit tot wijziging, toe- en uittreding, of opheffing gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarop de inschrijving in het provinciale register als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden. 10.. De deelnemers zijn verplicht de nadelige consequentie van het opheffen van de regeling, dan wel van een henzelf aangaand besluit tot uittreden, voor hun rekening te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel