Ter verwezenlijking van de belangen en taken, waarvoor deze regeling wordt getroffen, komen aan het Bestuur van het Openbaar lichaam alle bevoegdheden toe behorend bij de processen en activiteiten ingevolge het besluit en de doordecentralisatie met ingang van 1 januari 1993 aan een regionaal samenwerkingsverband worden toegekend. Daartoe wordt in ieder geval gerekend;
het vaststellen en wijzigen van de subsidieverordening als bedoeld in het besluit;
het in dat kader toedelen van eenheden/budgetten naar de deelnemers, binnen de door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer toegekende budgeLten, alsmede vrijkomende middelen (sparen/ontsparen, financiële tegenvallers waaronder sancties van rij kswege op besteding van de eenheden/budgetten);
het jaarlijks uitbrengen van advies aan Gedeputeerde Staten omtrent het regionale bouwprogramma en de verdeling over de gemeenten van de onderscheiden onderdelen van het voorlopig programma als bedoeld in artikel 3 van het besluit;
de coördinatie en afstemming van de besteding van de toegedeelde eenheden/budgetten;
het aan de hand van het vorenstaande opstellen van regionale meerjarenprogramma's;
het evalueren van de, op basis van de in dit artikel genoemde bevoegdheden, gedane activiteiten;
het adviseren aan de deelnemende gemeentebesturen over andere zaken de volkshuisvesting betreffende;
het afgeven van beschikkingen op aanvragen om geldelijke steun ten laste van de regionale volkshuisvestings budgetten;
het beheer van de kasgelden die vanwege het Rijk in het kader van het besluit ter beschikking worden gesteld;
het vaststellen van het verslag als bedoeld in artikel 12, onderdeel h. van het besluit.
Artikel 4
Bevoegdheden openbaar lichaam
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Samenwerking Volkshuisvesting Zaanstreek