Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Voorziening voor oninbare vorderingen

Onderdeel van Financiële Verordening Kaag en Braassem 2016

1.. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.. Het college stelt de hoogte van de voorziening vast en informeert de raad bij de vaststelling van de jaarrekening en de vaststelling van de tweede tussenrapportage over de hoogte van de voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel