De volgende voorzieningen behoren tot de overige voorzieningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening:
het welzijnswerk, peuterspeelzaalwerk, sociaal cultureel werk, jeugdwerk,
tienerwerk en jongerenwerk;
het bieden van informatie, advies en consultatie aan jeugdigen en hun
ouders over onder andere:
1° opgroei- en opvoedingsproblemen;
2° psychische problemen en stoornissen;
3° opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd;
4° taal- en leerproblemen;
5° kindermishandeling en huiselijk geweld;
6° lichamelijke of verstandelijke beperkingen;
7° cliëntondersteuning;
het bieden van ondersteuning bij het versterken van de eigen kracht van
het kind of de jongeren, zijn of haar ouders / opvoeders en de andere
leden van het gezin;
het bieden van ondersteuning bij het versterken van het sociale netwerk, waaronder familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, mantelzorgers en maatjes en het toeleiden naar collectieve activiteiten in de nabije omgeving, waaronder sport, cultuur en vrije tijd;
het bieden van ondersteuning bij het opzetten van een gezinsplan of een
familiegroepsplan;
kortdurende individuele, niet specialistische begeleiding gericht op de
algemene dagelijkse levensverrichtingen, opgroei- en opvoedondersteuning;
de begeleiding naar lichte hulp en consultatie bij de (jeugd)gezondheidszorg en het onderwijs.
het voeren van regie rondom de uitvoering van het gezinsplan.
Hoofdstuk
Artikel 2