Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Aflossingsvoorwaarden hypotheek c.q. pand.

Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen

1.. Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar. 2.. De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de inkomensvoorziening en vindt maandelijks plaats. 3.. Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld. 4.. Bij een inkomen ter hoogte van de op belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt geen aflossing gevergd. 5.. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stellen burgemeester en wethouders het maandbedrag van de aflossing voor een langere periode dan één jaar vast, dan wel wordt zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vastgesteld. 6.. Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid kan rekening worden gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze kunnen in mindering worden gebracht op het inkomen. 7.. Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel