**1..** Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de
draagkracht.
**2..** Geen draagkracht hebben belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto
inkomen hebben tot 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm (beide
inclusief vakantiegeld) en die geen vermogen hebben boven de voor hen
geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3
Participatiewet.
**3..** Bij de vaststelling van het inkomen worden de middelen zoals genoemd in
artikel 31 lid 2 en artikel 36 van de Participatiewet buiten beschouwing
gelaten.
**4..** Indien de belanghebbende een hoger inkomen heeft dan 110% van de
geldende bijstandsnorm, als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 29
Participatiewet. Dan wordt de draagkracht vastgesteld op 35% van het
meerdere inkomen.
**5..** Indien de belanghebbende een hoger vermogen heeft, als bedoeld in
artikel 34 lid 3 Participatiewet dan wordt de draagkracht vastgesteld op
100% van het meerdere vermogen.
**6..** Voor de bepaling van de netto draagkracht wordt ten opzichte van de
bruto draagkracht met een percentage van 100% gerekend in de toekenning
van bijzondere bijstand voor:
woonkostentoeslag;
toeslagen voor voormalig alleenstaande ouders;
bijstand voor 18-21 jarigen, voor zover die de landelijke norm
te boven gaat;
bijstand voor 18-21 jarigen in een inrichting;
bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering
voor zelfstandigen;
bijstand voor kosten levensonderhoud als aanvulling op (of ter
vervanging van) het kindgebonden budget/ALO-kop.
**7..** Voor de bepaling van de netto draagkracht wordt ten opzichte van de
bruto draagkracht met een percentage van 10% gerekend in de toekenning
van bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met de
bevordering naar een zelfstandige bestaansvoorziening en met de
bevordering van het zelfstandig kunnen blijven functioneren van ouderen
en gehandicapten:
personenalarmering
maaltijdvoorziening
eigen bijdrage(n) op grond van de WMO
premie aanvullende ziektekostenverzekering
eigen risico ziektekostenverzekering
**8..** Alleen bij toepassing van de hoofdstukken 3, 4 en 7.1 tot en met 7.3
wordt rekening gehouden met de kostendelersnorm.
**9..** Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling
op grond van de WSNP is uitgesproken, geldt dat het college enkel de
draagkracht kan berekenen over middelen waarover belanghebbende
daadwerkelijk de beschikking heeft (zie CRvB 01-02-2005,
nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als
uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van
artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in
de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm, betekent dit dat er in
het algemeen geen draagkracht zal kunnen bestaan bij een belanghebbende
ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling o.g.v. de WSNP van
toepassing is.
**10..** Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een minnelijke schuldregeling
is afgesproken, geldt dat het college enkel de draagkracht kan berekenen
over de middelen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking
heeft. Als een belanghebbende deelneemt aan een minnelijke
schuldregeling dan kan belanghebbende feitelijk niet beschikken over
zijn volledige inkomen. Belanghebbende heeft zich immers op grond van de
schuldregelingsovereenkomst verplicht om het inkomen boven de
beslagvrije voet of boven het VTLB te storten op een aangewezen
rekening. Ook dit betekent in de praktijk dat belanghebbende ongeveer
90% van de bijstandsnorm overhoudt om van te leven en er dus in feite
materieel geen draagkracht is. In deze situatie dient er wel
daadwerkelijk een minnelijke schuldregelingsovereenkomst zijn
afgesloten.
**11..** Een zelfstandige is niet uitgesloten van bijzondere bijstand en
reductieregeling. Het inkomen van een zelfstandige kan worden geschat
aan de hand van het inkomen van vorig jaar, een IB verklaring of de
huidige boekhouding. Wanneer de aan de aanvrager te verstrekken
bijzondere bijstand op draagkrachtjaarbasis meer bedraagt dan de voor de
aanvrager geldende bijstandsuitkering op maandbasis wordt achteraf aan
de hand van de jaarstukken vastgesteld wat de definitieve draagkracht
over de draagkrachtperiode was. Indien deze hoger is dan de verstrekte
bijzondere bijstand wordt deze terug gevorderd. Wanneer de op
draagkrachtjaarbasis te verstrekken bijzondere bijstand beneden de voor
aanvrager op maandbasis geldende bijstandsuitkering blijft wordt de
draagkracht niet achteraf opnieuw berekend. Het vermogen verbonden in
het bedrijf wordt meegeteld voor zover dit redelijkerwijs te gelde
gemaakt kan worden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 9
Draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand en Minimabeleid gemeente Olst-Wijhe 2017