Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente Bergen 2010

In deze verordening wordt verstaan onder: Gemeentelijke monumenten: panden, die zijn opgenomen in het monumentenregister van de gemeente Bergen en die door het college zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Onderhoud: werkzaamheden, die periodiek aan het exterieur van een monument verricht moeten worden om de buitenzijde van het monument in goede en bruikbare staat te houden zoals schilderwerk, herstel en schoonmaken van goten en hemelwaterafvoeren, plaatselijk herstel van metsel- en voegwerk, opstoppen en verdekken van rieten daken, herstel van beschadigde dakpannen en dergelijke. Onderhoudskosten: het bedrag van de door burgemeester en wethouders geaccepteerde kosten voor het in goede staat houden het buitenzijde van een monument. Landhuis: een in beginsel imponerend huis, bestemd voor permanente of semipermanente bewoning, omgeven door een grote tuin. Woonhuis: gebouw, dat gebouwd en bestemd is voor permanente huisvesting van een of meer personen. Bedrijfsgebouw: gebouw ontworpen en gebouwd voor het daarin beroepsmatig uitoefenen van een bedrijf, niet zijnde een boerderij. Boerderij: gebouw of ensemble van gebouwen, inclusief de bedrijfswoning, gebouwd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Kerkelijke gebouwen: gebouwen die een functie in het kader van de eredienst, of die nauw gerelateerd zijn aan het uitoefenen van de godsdienstbeleving. Woningbouwcomplex: een bouwblok dat bestaat uit meerdere woningen. Kleine cultuurhistorische monumenten: objecten met relatief kleine afmetingen, niet zijnde een gebouw. Voorbeelden zijn: hekken, hekpalen, grenspalen, herdenkingsmonumenten, een waterpomp, kades, muren, zonnewijzer, wegkruizen, straatlantaarns, banken, tuinvazen, fonteinen, bruggen, gevelstenen etc. etc.

Rechtspraak bij dit artikel