Naar hoofdinhoud
1.. De geldelijke steun, zoals bedoeld in artikel 2, bedraagt 50% van de onderhoudskosten voor de categorieën monumenten als bedoeld in artikel 2, en wel als volgt: voor landhuismonumenten tot een maximum van € 2.000,00 voor woonhuismonumenten tot een maximum van € 1.000,00 voor monumentale bedrijfsgebouwen tot een maximum van € 1.500,00 voor monumentale boerderijen tot een maximum van € 2.500,00 voor kerkelijke monumenten tot een maximum van € 4.000,00 voor monumentale woningbouwcomplexen tot een maximum van € 3.000,00 per samenhangend complex. voor kleine cultuurhistorische monumenten tot een maximum van € 250,00 2.. Een bijdrage van minder dan € 200,00 wordt niet verleend. 3.. Het College zal per eigenaar van een gemeentelijk monument niet meer dan eenmaal per jaar een bijdrage uitkeren. 4.. De bijdrage mag maar eenmaal per vijf jaar werkzaamheden voor het onderhoud van hetzelfde bouwkundige onderdeel van het monument betreffen. 5.. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld totdat het door de raad jaarlijks vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Die aanvragen, die geweigerd worden uitsluitend wegens het bereiken van het jaarlijkse subsidieplafond, kunnen met ingang van 1 januari van het daarop volgende jaar wederom worden ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel