Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Overschrijving van verleende rechten

Onderdeel van Verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2005

1.Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen of van een rechtspersoon is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Bij overschrijving dienen zowel de oude als de nieuwe rechthebbende zich bij de bedrijfsleider te kunnen legitimeren. Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de vorengenoemde personen of van een rechtspersoon is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op eigen graf te doen vervallen Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd. Indien een rechthebbende niet reageert op aanschrijving voor verlenging of het adres van de rechthebbende door verhuizing niet meer te achterhalen is onbekend is en vervalt het recht op het graf en kunnen burgemeester en wethouders besluiten het graf te ruimen. Daarbij zal de grafbedekking worden verwijderd, zonder dat enige aanspraak bestaat op schadevergoeding. Artikel 17 Afstand doen van graven 1.Zonder aanspraak te maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. De rechthebbende dient zich bij de bedrijfsleider te kunnen legitimeren. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. 2.Indien overeenkomstig het voorafgaande lid afstand wordt gedaan zal met inachtneming van de wettelijke termijn van grafrust het stoffelijk overschot worden bijgezet in een verzamelgraf. In geval van een urnengraf zal met inachtneming van de wettelijke termijn van grafrust de as worden verstrooid. HOOFDSTUK V GRAFBEDEKKINGEN Artikel 18 Voorschriften gedenkteken en grafbeplantingen Op graven kunnen een winterharde grafbeplanting of een gedenkteken worden aangebracht, mits deze voldoen aan de in of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning voor een gedenkteken, de aard en de afmeting van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. Burgemeesters en wethouders kunnen ontheffingen verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is. Artikel 19 Grafbeplantingen en losse voorwerpen Niet blijvende beplantingen of voorwerpen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de bedrijfsleider worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen, en dergelijk kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de bedrijfsleider worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twee weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij de bedrijfsleider. De rechthebbende dient zich bij de bedrijfsleider te kunnen legitimeren. Artikel 20 Onderhoud gedenktekenen, grafbedekking en dergelijke De rechthebbende is, naast het algemeen onderhoud van gemeentewege, verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het onderhoud van de graven, de urnentuin en urnengraven alsmede het schoonhouden van de daarop geplaatste gedenktekenen, tegen een jaarlijks vast te stellen tarief. Het in lid 2 bedoelde verplichte onderhoud geldt voor: eigen graven indien er een grafrecht wordt verkregen voor 25 jaar en verlengingen van het grafrecht. algemene graven waarop een gedenkteken is geplaatst. Indien een rechthebbende of een aanvrager nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen, zonder dat zij tot enige vergoeding verplicht zijn. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per (aangetekende) brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt tevens een verwijzing naar de mededeling aangebracht. Indien de in lid 2 bedoelde kosten voor onderhoud niet zijn voldaan, kan zonder nadere sommatie of ingebrekestelling de grafbedekking worden verwijderd, zonder dat aanspraak bestaat op enige schadeloosstelling. Indien gedurende 3 jaren de onderhoudskosten niet zijn voldaan kunnen burgemeester en wethouders het grafrecht vervallen verklaren. Artikel 21 Verwijderen gedenktekenen, grafbedekking en dergelijke 1.De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd. 2.Op grond van de daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, kan de grafbedekking gedurende 3 maanden voor afloop van de termijn door of namens de rechthebbende worden verwijderd. HOOFDSTUK VI RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN Artikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as De rechthebbende op een eigen graf kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om het graf voor zijn rekening te laten ruimen, indien het grafrecht nog niet verlopen is en wanneer de laatste begraving in het graf langer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen. Nabestaanden van een overledene die is begraven in een algemeen graf, kunnen voor het einde van het aflopen van het grafrecht bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. De rechthebbende op een eigen graf, kan voor het einde van het aflopen van het grafrecht bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen zetten voor herbegraving elders. De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij de bedrijfsleider een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Het tijdstip van ruiming en overbrenging als bedoeld in de leden 3, 4, en 5 wordt bepaald door burgemeester en wethouders. HOOFDSTUK VII INSTANDHOUDING HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN Artikel 23 Lijst Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen op de lijst te worden bijgeschreven. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN Artikel 24 Intrekking oude regeling De verordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Amersfoort 1999, vastgesteld op 29 juni 1999, wordt ingetrokken. Artikel 25 Overgangsbepaling Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening Gemeentelijke Begraafplaatsen 1999 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op deze aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel