Lid 1:
De jeugdige en/of zijn ouders die een persoonsgebonden budget
ontvangt/ontvangen, bewaart/bewaren gedurende een periode van vijf jaar,
de originele betaalbewijzen van alle tot het bestedingsdoel van het PGB
behorende diensten.
Lid 2:
Deze gegevens worden op verzoek van de gemeente door de jeugdige en/of
zijn ouders aan wie het PGB is toegekend, dan wel diens wettelijke
vertegenwoordiger(s) binnen een termijn van twintig werkdagen
aangeleverd, nadat de gemeente hierom vraagt.
Lid 3:
Voor zover het een persoonsgebonden budget voor een periodieke
voorziening betreft, controleert het college steekproefsgewijs. Bij deze
controle heeft de steekproef minimaal een omvang van tien procent van
het aantal in een kalenderjaar verstrekte PGB’s.
Lid 4:
Na de in het derde lid genoemde controle wordt door het college
beoordeeld of er aanleiding bestaat het PGB geheel of gedeeltelijk terug
te vorderen of te verrekenen.