Deze verordening verstaat onder:
gemeentelijk monument:
monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
gemeentelijk erfgoedregister:
een register waarop zijn geregistreerd;overeenkomstig deze verordening zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a, c en h;
gemeentelijke dorpsgezichten:
groepen van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, karakteristieke eigenschappen, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden;
commissie:
commissie ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld in het artikel 4:18 van de Erfgoedwet;
bouw- cultuurhistorisch onderzoek:
in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en bouwtechnische kenmerken en kwaliteit van een monument geplaatst in cultuurhistorische context;
archeologisch onderzoek:
het verwen van informatie, aan de hand van bestaande bronnen en/of aan de hand van veldonderzoek;
archeologisch rapport:
een verslag van een volgens de gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;
archeologisch monument:
een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen;
archeologische vondst:
overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument;
minister:
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
normaal onderhoud:
noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde;
rijksmonument:
monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijkserfgoedregister;
rijksmonumentenregister:
register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
omgevingsvergunning:
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.