Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 11.

Vergoeding reiskosten en overige onkosten.

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie participatiewet gemeente Amstelveen.

1.. Het college kan een vergoeding voor reiskosten en overige onkosten aanbieden aan uitkeringsgerechtigden die: onbeloonde arbeid of vrijwilligerswerk verrichten in het kader van een werkervaringsplaats of participatieplaats; maatschappelijk nuttige activiteiten verricht, waaronder begrepen een door het college opgedragen tegenprestatie. 2.. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding reiskosten en overige onkosten dient de uitkeringsgerechtigde een vrijwilligersovereenkomst te overleggen waaruit de duur en omvang in uren van de onbeloonde arbeid, het vrijwilligerswerk of de maatschappelijk nuttige activiteit blijkt. 3.. De hoogte van de onkostenvergoeding op grond van het eerste lid, onderdeel a bedraagt: Bij 1 dagdeel per week ( 4 uur) € 30,00 per maand; Bij 2 dagdelen per week ( 8 uur) € 60,00 per maand; Bij 3 dagdelen per week (12 uur) € 90,00 per maand; Bij 4 dagdelen per week (16 uur) of meer € 120,00 per maand 4.. De hoogte van de onkostenvergoeding op grond van het eerste lid, onderdeel b be- draagt: Bij 1 dagdeel per week ( 4 uur) € 15,00 per maand; Bij 2 dagdelen per week ( 8 uur) € 30,00 per maand; Bij 3 dagdelen per week (12 uur) € 45,00 per maand; Bij 4 dagdelen per week (16 uur) of meer € 60,00 per maand 5.. De vergoeding wordt verminderd met de eventuele vergoeding van de overige onkosten die het bedrijf of instelling zelf verstrekt. 6.. De onkostenvergoeding wordt ambtshalve verstrekt. 7.. De belanghebbende krijgt een vergoeding per dagdeel dat onbeloonde arbeid/vrijwilligerswerk wordt verricht. Deze wordt maandelijks uitbetaald. De hoogte van het bedrag van de vergoeding overschrijdt niet het gestelde maximum van artikel 31 lid 2 sub k van de wet. 8.. De bevoegdheid tot (periodieke) aanpassing van de in dit artikel bedoelde bedragen voor een vergoeding berust bij het hoofd van de afdeling Werk & Inkomen. 9.. De vergoeding voor onbeloonde arbeid of vrijwilligerswerk van de uitkeringsgerechtigde kan worden geweigerd, als de belanghebbende geen mededeling heeft gedaan van al hetgeen dat van belang is voor de verlening daarvan, of als hij de aan het re- integratietraject of tegenprestatie en aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel