**1..** De belasting, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9.
**4..** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
**5..** De belasting als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, is verschuldigd bij aanvang van het ter lediging aanbieden van een 140-liter of een 240-liter minicontainer en het ontgrendelen van een inzamelcontainer ten behoeve van het aanbieden van een afvalzak.
**6..** De belasting bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
HOOFDSTUK II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017