Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening Vergunninghoudersparkeren 2008

1.. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersparkeerplaats. 2.. Een vergunning voor het parkeren op een vergunninghoudersparkeerplaats kan worden verleend: aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig, die aantoont dat deze parkeerplaats op grond ligt die zijn eigendom is cq aan hem, al dan niet tegen vergoeding, door de eigenaar van deze parkeerplaats ter beschikking is gesteld; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig, die in de Gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven op een woonadres in een zone, waar vergunninghoudersparkeren is ingesteld en die behoort tot de categorie personen die door het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen om voor een vergunninghoudersparkeerplaats in aanmerking te komen; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent en aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is een motorvoertuig op een vergunninghoudersparkeerplaats te kunnen parkeren. het onder c bepaalde is alleen van toepassing indien de aanvrager door burgemeester en wethouders is uitgezonderd van de verplichting om voor zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening voldoende bedrijfsparkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig te hebben. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ook een vergunning verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig, danwel natuurlijke of rechtspersoon die niet voldoet aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden; 4.. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden verleend voor hetzij een afzonderlijke vergunningenparkeerplaats, voor een zone als voor elk gebied in de gemeente waarvoor vergunninghoudersparkeren is ingesteld.

Rechtspraak bij dit artikel