Naar hoofdinhoud
De volgende voorschriften vast te stellen voor gebruik van de parkeerticket: Met een geldig parkeerticket mag, onder de voorwaarde zoals gesteld in punt c en d van dit artikel, geparkeerd worden op parkeerapparatuurplaatsen in straten/gebieden met een zelfde of lagere tariefstelling, met uitzondering van het gestelde onder punt b van dit artikel. Parkeertickets die zijn gekocht op een parkeerterrein of parkeerplaats waar een dagtarief of speciaal lager tarief geldt, mogen uitsluitend op dat parkeerterrein of die parkeerplaats gebruikt worden. Bij gebruik van een parkeerticket zoals gesteld onder punt a van dit artikel blijft de op het parkeerticket aangegeven eindtijd gelden als eindtijd, ook bij parkeren in een gebied met een lager tarief, met uitzondering van het gestelde onder punt d van dit artikel. Bij gebruik van een parkeerticket zoals gesteld onder punt a van dit artikel blijft de maximaal geldende parkeerduur in het gebied waar geparkeerd wordt van kracht. De maximale parkeerduur wordt altijd gerekend vanaf de begintijd van de parkeerticket. De bepalingen a t/m d zijn niet van toepassing bij betaald parkeren met gebruik van telefoon of ander hulpmiddel.

Rechtspraak bij dit artikel