Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13
onder a. van deze verordening vermelde voorziening in
aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond
van ziekte of gebrek een aanpassing aan de woning
noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit
snel en adequaat kan oplossen.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13
onder b., c. en d. van deze verordening vermelde
voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare
beperkingen op grond van ziekte of gebrek een aanpassing
aan de woning noodzakelijk maken en indien de in het
vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet
tot een snelle en adequate oplossing leidt.
De in lid 1 en 2 genoemde beperkingen moeten in een
direct oorzakelijk verband staan met de bouwkundige of
woontechnische staat van de woning zelf, waaronder
begrepen de toegankelijkheid van de woning.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14
Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de Maatschappelijke Ondersteuning