Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 16

Primaat van de verhuizing en de uitraasruimte

Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de Maatschappelijke Ondersteuning

Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder a. van deze verordening in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder b. en c. van deze verordening in aanmerking komen wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst-adequate voorziening is. Indien verhuizing een adequate oplossing is mede gelet op de kosten van aanpassing van de huidige woning, kan het college besluiten dat de aanvrager medewerking dient te verlenen aan verhuizing naar een aangepaste of goedkoper aan te passen woning, tenzij is te verwachten dat binnen een periode van 6 maanden geen woning beschikbaar is. Een aangeboden adequate woning mag eenmaal worden geweigerd. Indien een aangeboden adequate woning binnen bovengenoemde termijn tweemaal wordt geweigerd, wordt de aanvraag afgewezen. Indien er naar het oordeel van het college zwaarwegende redenen zijn, gelet op de persoonlijke en/of gezinssituatie van de aanvrager, zal de voorwaarde tot verhuizing niet worden gesteld. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15, onder d. van deze verordening in aanmerking komen wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel