Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening
als bedoeld in artikel 15 onder a. van deze verordening
in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen als
gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de
woning belemmeren.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening
als bedoeld in artikel 15 onder b. en c. van deze
verordening in aanmerking komen wanneer de in het eerste
lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de
goedkoopst-adequate voorziening is.
Indien verhuizing een adequate oplossing is mede gelet
op de kosten van aanpassing van de huidige woning, kan
het college besluiten dat de aanvrager medewerking dient
te verlenen aan verhuizing naar een aangepaste of
goedkoper aan te passen woning, tenzij is te verwachten
dat binnen een periode van 6 maanden geen woning
beschikbaar is. Een aangeboden adequate woning mag
eenmaal worden geweigerd. Indien een aangeboden adequate
woning binnen bovengenoemde termijn tweemaal wordt
geweigerd, wordt de aanvraag afgewezen.
Indien er naar het oordeel van het college zwaarwegende
redenen zijn, gelet op de persoonlijke en/of
gezinssituatie van de aanvrager, zal de voorwaarde tot
verhuizing niet worden gesteld.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening
als bedoeld in artikel 15, onder d. van deze verordening
in aanmerking komen wanneer sprake is van een op basis
van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd
gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen
afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze
persoon tot rust kan komen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16
Primaat van de verhuizing en de uitraasruimte
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de Maatschappelijke Ondersteuning