Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 6

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de Maatschappelijke Ondersteuning

Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikelen 6 lid 1 en 6 a van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individu ele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst-adequate te verstrekken voorziening in natura; het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in de Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld is vastgelegd in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel; op het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden is het zorgcontract persoonsgebonden budget Ouder-Amstel van toepassing. De toekenning, de omvang en de looptijd van het te verstrekken persoonsgebonden budget worden in de beschikking opgenomen. Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin is aangegeven aan welke vereisten de voorziening moet voldoen waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. Tevens wordt in de beschikking aangegeven welke bewijsstukken de aanvrager na aanschaf van de voorziening dient te overleggen. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan het college door de budgethouder verantwoording afgelegd volgens de voorschriften zoals in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel zijn opgenomen. Na ontvangst van de in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel genoemde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, het ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager niet aan de voorwaarden kan voldoen die gelden voor het omgaan met een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel