Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume; verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer; gft-afval: groente, fruit- en tuinafval; restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde gft-afval; grof huishoudelijk afval: afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen, aan de periodieke inzameldienst in minicontainers worden aangeboden en tegelijkertijd met de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden meegenomen; Brabant Water: naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd te 's-Hertogenbosch; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water voor de levering van water betrekking heeft. perceel: een gebouwde onroerende zaak – of een gedeelte ervan – dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. gebruik maken: als bedoeld in artikel 15.33 Wet Milieubeheer. Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel