Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van havengelden 2017

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanlegplaats: wateroppervlak dat bestemd is voor het tijdelijk afmeren van een vaartuig met de daarbij behorende voorzieningen die het afmeren mogelijk maken; dagdeel: een verblijf korter dan zes uur; dag: een verblijf langer dan zes uur met een maximum van 24 uur; haven: het voor de openbare dienst bestemde, uit land en water bestaande gemeentelijk gebied, met werken en voorzieningen ten behoeve van het vervoer over water, het meren van vaartuigen of het laden, lossen of opslaan van goederen. havenmeester: persoon die aangewezen is door het college van Burgemeester en Wethouders als verantwoordelijke voor het beheer van de haven; lengte: de grootste lengte van de romp gemeten van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste deel van het vaartuig; m3: een kubieke meter zoetwaterverplaatsing; meren: het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe bestemde middelen, onverschillig of die middelen eigendom van de gemeente of derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vast gemaakt; Nieuwe steiger: ligplaats in de rivier de Lek; oppervlakte: het product van de grootste lengte en breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende geldige meetbrief; overige maanden: februari, maart, april, mei, juni, september, oktober en november; pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige d.w.z. sportieve of recreatieve doeleinden; reservering: het vrijhouden van een aanlegplaats voor een aaneengesloten periode; SAB-ecokaart: Een ecokaart is een speciale betaalkaart waarvan uw havengeld wordt afgeschreven. De kaart zelf heeft geen waarde maar is gekoppeld aan een ecorekening. SAB-kast: Kast om met de SAB-ecokaart de ingebruikname van een ligplaats aan- en af te melden schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; vaartuigen: alle soorten van drijvende objecten, welke wegens hun drijfvermogen bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederenrijvende werktuigen zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger, baggermolen e.d., alsmede balken, stammen, palen, vlotten e.d. die in het water worden vervoerd; verplaatsing: de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig, volgens een geldige meetbrief; walstroom: de walstroomkast staande op de Nieuwe Steiger met bijbehorende werken. week: meer dan vier opeenvolgende overnachtingen tot een maximum van zeven opeenvolgende overnachtingen; zomerseizoen: loopt van 1 april tot 1 oktober van één kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel