Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders compenseren voor ouders die aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag het verschil tussen het maximum uurtarief volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de voor hen geldende ouderbijdrage volgens de tabel ouderbijdrage peuteropvang 2017. 2.. Voor de ouders van alle peuters bekostigen burgemeester en wethouders het verschil tussen de kostprijs en het maximum uurtarief, genoemd in bijlage 2. Het maximum uurtarief wordt jaarlijks, in overleg met de afzonderlijke aanbieders van peuteropvang en op basis van de met burgemeester en wethouders afgestemde en geaccordeerde kostprijs voor de betreffende aanbieder, door burgemeester en wethouders vastgesteld. 3.. Burgemeester en wethouders subsidiëren per maand per bezette peuterplek. Er wordt gerekend met tien maanden per jaar. 4.. Burgemeester en wethouders subsidiëren voor alle doelgroeppeuters de kostprijs voor het derde, en indien van toepassing het vierde dagdeel VVE, volledig. 5.. Burgemeester en wethouders stellen een VVE-toeslag beschikbaar voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen. Deze subsidie wordt verstrekt voor peuters die een VVE-peuterplek bezetten van minimaal drie en maximaal vier dagdelen per week, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. De hoogte van deze VVE-toeslag is gelijk aan het bedrag, genoemd in bijlage 3, hetwelk jaarlijks door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld. Indien de doelgroeppeuter de VVE-plek niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt. 6.. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van het bestuur, door burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken in het subsidiejaar. Hierbij wordt gekeken naar: het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VVE); het werkelijk gehanteerde uurtarief; het aantal doelgroeppeuters waarvoor (naar rato) de VVE-toeslag wordt ontvangen; de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen onderverdeeld naar ouders met recht kinderopvangtoeslag en ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. 7.. Als het bestuurde houder minder bezette peuterplekken (regulier en VVE) heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, heeft dit terugvordering tot gevolg.

Rechtspraak bij dit artikel