Naar hoofdinhoud
1.. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater genoemd in artikel 3.5 en 3.6 van de Waterwet. 2.. Als gebruiker wordt aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – al dan niet voor volgtijdig gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. 3.. Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door een door het college aan te wijzen lid van dat huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel