In de volgende situaties gaat het college er in principe van uit dat de huisgenoot (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp biedt of kan bieden:
de huisgenoot is overbelast of dreigt te worden overbelast;
de huisgenoot heeft beperkingen en mist de kennis/vaardigheden om gebruikelijke hulp uit te voeren en kan deze vaardigheden niet aanleren;
de cliënt heeft een zeer korte levensverwachting;
de huisgenoot is regelmatig niet aanwezig, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter; of
er is naar het oordeel van het college sprake van bijzondere omstandigheden. Hieronder kan bijvoorbeeld een stapeling van ondersteunings- en/of zorgtaken worden verstaan.
In voorkomende gevallen kan het college al dan niet tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten zodat de cliënt en zijn huisgenoot in de gelegenheid worden gesteld een oplossing te vinden. Denk bijvoorbeeld aan kinderopvang.
Hoofdstuk
Artikel 3.6
Uitzonderingen op het bieden van gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2017