Het college is in principe verantwoordelijk voor het verlenen van een maatwerkvoorziening zoveel mogelijk in de leefomgeving van de cliënt. Dat betekent ook dat het onderzoek naar de vervoersmogelijkheden en -beperkingen in eerste instantie gericht op de verplaatsingen in de leefomgeving. In de Wmo 2007 werd gesproken van lokaal vervoer. Voor bovenlokale verplaatsingen kan gebruik worden gemaakt van de eigen auto of het openbaar vervoer. Indien het reguliere openbaar vervoer om medische redenen niet mogelijk is, bestaan de mogelijkheden van Valys (beschikbaar vanaf 5 zones vanaf het woonadres). Met Valys kan een reis van deur tot deur geboekt worden, waar het gebruik van taxi mogelijk gecombineerd kan worden met openbaar vervoer of aanvullend openbaar vervoer. Elke pashouder kan een persoonlijk kilometerbudget van 600 kilometer per jaar krijgen. Dit budget is voor vervoer per (deel)taxi buiten de eigen regio. Daarnaast kent Valys een hoog persoonlijk kilometerbudget van 2.250 kilometer per jaar. Daarvoor is een indicatie nodig.
Zijn er geen mogelijkheden en is Valys niet (meer) mogelijk, dan kan het college overgaan tot het verlenen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB of een tegemoetkoming meerkosten. Er moet dan wel sprake van een uitzonderingssituatie. Dat is alleen het geval om een bovenlokaal sociaal contact, dat uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de cliënt noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. In de praktijk zullen deze situaties zich niet snel voordoen.
HOOFDSTUK 7
Artikel 7.4
Bovenlokaal vervoer
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2017