Indien de cliënt een PGB wenst controleert het college of een eerder besluit waarmee een toegekend PGB ingetrokken onder toepassing van artikel 2.3.10, eerste lid onder a, d of e van de wet. Denk bijvoorbeeld aan:
het niet voldoen aan de aan het PGB verbonden voorwaarden; of
het PGB niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is verleend.
Invulling artikel 2.3.6, vijfde lid, sub b Wmo 2015
Op grond van dit artikel kan het college indien -onder meer- sprake is geweest van fraude een aanvraag voor een PGB weigeren. Bij het gebruik maken van deze bevoegdheid hanteert het college als grens dat aanvraag voor een PGB worden geweigerd indien de fraude in de afgelopen twee jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag heeft plaatsgevonden.
Het meerdere weigeren (zelf betalen)
Indien de cliënt het PGB wenst te besteden aan een duurdere maatwerkvoorziening dan waar het college de hoogte van het PGB op heeft gebaseerd, geldt dat de cliënt het meerdere zelf moet betalen. In het geval van diensten (trekkingsrecht via Svb) bestaat in ieder geval de mogelijkheid voor de cliënt om gelden bij te storten die ingezet kunnen worden. Het meerdere dat door de cliënt aan de maatwerkvoorziening wordt besteed wordt dan door het college geweigerd. Let wel ook in die gevallen gelden nog steeds de algemene voorwaarden van bijvoorbeeld de kwaliteit. Indien de cliënt niet bereid is het meerdere zelf te betalen kan het college overgaan tot het weigeren van het totale PGB in het geval niet duidelijk is welke maatwerkvoorziening met het PGB zal worden ingekocht.
Kosten gemaakt vóór de aanvraag
In de verordening is opgenomen dat het college een PGB kan weigeren als de kosten betrekking hebben op een periode voorafgaande aan de aanvraag. Daarop zijn uitzonderingen als:
het college vaststelt dat de melding dan wel aanvraag niet eerder ingediend kon worden;
de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en
het college tot het oordeel komt dat de betreffende maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Beoordeling
De Wmo 2015 strekt er niet toe dat het college gehouden is om een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB te verlenen als de (gevraagde) maatwerkvoorziening al vóór de melding of de aanvraag gerealiseerd is. Met het realiseren hiervan is geen sprake meer van het ondervinden van beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie. Kort gezegd: het probleem is al opgelost. Denk bijvoorbeeld aan het zelf (laten) realiseren van een aangepaste badkamer en zich pas daarna tot het college wenden met het oog op het verkrijgen van een vergoeding voor de al gemaakte kosten (vergelijk RBOBR:2014:3092). Onbekendheid van een cliënt met de terzake geldende regelingen komen in principe voor diens eigen rekening en risico (vergelijk CRVB:1993:ZB2748). Dit betekent dat de bewijslast op de cliënt rust om aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat de aanvraag niet eerder kon worden ingediend dan wel de cliënt zich niet eerder bij het college kon melden. De melding gaat namelijk vooraf aan de aanvraag. Heeft het college vastgesteld dat de aanvraag niet eerder kon worden ingediend gelden nog steeds de voorwaarden genoemd onder b. en c. Er moet sprake zijn van verplichtingen die zijn aangegaan met derden en die niet meer teruggedraaid kunnen worden. Ook dat ligt op de weg van de aanvrager om aan te tonen. Vervolgens is het ook nog zo dat het college in staat moet zijn om de noodzaak van de betreffende maatwerkvoorziening vast te stellen. Is dat niet meer mogelijk, dan liggen de gevolgen daarvan in de risicosfeer van de cliënt (RBGEL:2016:4125). Kan het college de noodzaak nog wel vaststellen, dan kan worden overgegaan tot het verlenen van een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB die als goedkoopst passende bijdrage wordt aangemerkt (vergelijk CRVB:2012:BV5418).
HOOFDSTUK 9
Artikel 9.5
Weigering persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2017