In deze verordening wordt verstaan onder:
een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde
plaats voor zover die geen bouwwerk is;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren.
kampeerterrein: een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
blijkens die inrichting bestemd tot het plaatsen of geplaatst houden
van kampeermiddelen en kampeerhuisjes ten behoeve van recreatief
nachtverblijf.
jachthaventerrein: een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht,
voor het tegen betaling afmeren van pleziervaartuigen aan steigers
of kade of op het terrein gestald kunnen worden.