**1..** Het college legt vast welke voorzieningen worden aangeboden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 16 tot en met 31 van deze verordening, met inachtneming van hetgeen daarover in het uitvoeringsplan is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:a. de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;b. de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;c. de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;d. de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies;e. de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;f. het vragen van een eigen bijdrage;g. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies
**3..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, IOAW, IOAZ, WIJ en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt de daaraan verbonden verplichtingen niet nakomt;
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van deze verordening;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening of het werkleeraanbod;
indien de voorziening of het werkleeraanbod naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan een adequate arbeidsinschakeling.
5.Er kunnen geen voorzieningen worden ingezet die de concurrentieverhoudingen naar het oordeel van het college onverantwoord beïnvloeden of waarbij verdringing van reguliere werknemers bestaat.