1.Indien het gebruik met een vaartuig van het in artikel 3 bedoelde
vaarwater in de loop van een abonnementsperiode eindigt kan het abonnement
met toestemming van het college van burgemeester en wethouders worden
overgeschreven op een vervangend vaartuig.
2.Indien een vaartuig waarvoor het havengeld bij wijze van abonnement is
geheven, in de loop van de abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
met een grotere waterverplaatsing, dan wordt over het verschil alsnog
havengeld geheven. Het nog te heffen havengeld bedraagt dan het verschil
tussen het havengeld berekend naar de waterverplaatsing van het vervangende
vaartuig en het oorspronkelijk geheven havengeld, een en ander berekend over
de periode dat er nog volle maanden in het abonnement overblijven.
3.Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij wijze van abonnement is
geheven, in de loop van de abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
met een kleinere waterverplaatsing, dan vindt op verzoek teruggaaf van
havengeld plaats voor het verschil. Het terug te geven havengeld bedraagt
dan het verschil tussen het oorspronkelijk geheven havengeld en het
havengeld berekend naar de waterverplaatsing van het vervangende vaartuig,
een en ander berekend over de periode dat er nog volle maanden in het
abonnement overblijven.
4.Indien de belasting bij wijze van abonnement is geheven, wordt voor een
vaartuig dat in de loop van de abonnementsperiode het gemeentelijke
vaarwater heeft verlaten en daarin door overmacht niet heeft kunnen
terugkeren, op aanvraag ontheffing van belasting verleend over het aantal
volle maanden dat de overmachtsituatie heeft bestaan. Het bestaan van
overmachtsituatie en de duur daarvan moeten schriftelijk worden aangetoond.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.
Overschrijving, verrekening, teruggaaf en ontheffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2017