1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
het recht worden betaald ingeval:
a. Bij wege van aanslag wordt geheven, binnen een maand na dagtekening van
de aanslag;
b. In afwijking van het eerste lid, onder a, kan op verzoek van de
belastingplichtige de aanslag als bedoeld in de hoofdstukken 2.1.2, 2.2.1c,
2.2.2c en 2.2.3c worden betaald in zes gelijke termijnen indien de
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.
c. Bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als bedoeld in
artikel 18, lid 2, op het moment van uitreiken van de kennisgeving.
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
lid gestelde termijnen.
Hoofdstuk 4
Artikel 19.
Termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2017