Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. “vaartuig”: vaartuig in de zin van de Havenverordening;
b. “schipper” schipper in de zin van de Havenverordening;
c. “havenmeester”: havenmeester in de zin van de Havenverordening;
d. “gemeentelijk vaarwater”: gemeentelijk vaarwater in de zin van de
Havenverordening;
e. Week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;
f. Reis: het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig bestemd of
geschikt zijn voor het vervoer te water van zaken in, en het weer verlaten
van het gemeentelijk vaarwater;
g. Vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt
voor het vervoer van zaken en als vrachtschip op de meetbrief is
aangemerkt;
h. Waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste
toegelaten diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen volgens een bij het
vaartuig behorende geldige meetbrief,waarbij 1.000 kg laadvermogen
gelijkgesteld wordt met 1 m3 waterverplaatsing;
i. meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981;
j. sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen
of duwen van andere vaartuigen.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2017