Naar hoofdinhoud
Geen havengeld wordt geheven voor: a.vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het rijk voor de naleving of de handhaving van de scheepvaartreglementen; b.vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn voor het beheer en onderhoud van de haven van de gemeente Lochem; c. vaartuigen behorende aan de gemeente Lochem; d.roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is; e.vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het innemen van levensmiddelen voor eigen gebruik voor de opvarenden, waarbij de duur van de aanleg vier uren niet mag overschrijden; f.vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van reparaties in gemeentelijk vaarwater verblijven; g. lichters, die in geval van averij aan een vaartuig, de lading van een dergelijk vaartuig lossen; h. sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in gemeentelijk vaarwater verblijven; i. hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik; j. voor vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor doorvaart of om van vaarrichting te veranderen; k.indien en voor zover het voortgezet verblijf uitsluitend een gevolg is van de stremming van de scheepvaart door ijs of andere meteorologische omstandigheden of door het onklaar worden van delen van het Twentekanaal, als sluizen en dergelijke.

Rechtspraak bij dit artikel