1. Voor de toepassing van de tarieven wordt:
a. bij het aantal m3 waterverplaatsing uitgegaan van de meetbrief.
b. bij het ontbreken van een meetbrief of enig ander daarmee vergelijkbaar
document of bij weigering om één van deze te tonen, de waterverplaatsing
door de ambtenaar - belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen
als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet
vastgesteld en wordt het havengeld naar de uitkomst daarvan geheven.
2. De heffing van havengeld voor een reis geeft recht op een onafgebroken
gebruik van het gemeentelijk vaarwater gedurende een week, doch niet op een
vaste ligplaats.
3. Indien de in het tweede lid genoemde termijn van een week eindigt op een
zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt deze termijn verlengd met
zoveel dagen als er zon- en feestdagen na het einde van de voornoemde
termijn, direct daarop aansluitend, volgen, vermeerderd met één.
4. Bij een voortgezet verblijf wordt voor vaartuigen waarvoor het havengeld
is geheven na afloop van het in het tweede lid van dit artikel genoemde
tijdvak en voorts telkens na verloop van een tijdvak van een week het
havengeld opnieuw geheven.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Tarieftoepassing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2017