Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 26.

Regels voor bijdragen in de kosten voor Wmo voorzieningen

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

1.. Voor een algemene voorziening wordt geen bijdrage in de kosten gevraagd. 2.. Voor een maatwerkvoorziening (in natura of pgb) kan aan de inwoner een bijdrage in de kosten gevraagd worden overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zolang hij/zij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn/haar echtgeno(o)t(e) of partner. 3.. Het college vraagt geen bijdrage voor: voorzieningen voor inwoners onder de 18 jaar; een rolstoel en het onderhoud hiervan, maar voor voorzieningen die van de rolstoel een vervoersvoorziening maken, wordt wel een bijdrage gevraagd; het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV), hiervoor wordt een gereduceerd tarief (ritbijdrage) aan de inwoner gevraagd; vergoeding voor verhuiskosten, woningsanering, autokosten en sportvoorzieningen. 4.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb is gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. 5.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt gevraagd zolang de voorziening gebruikt wordt of tot de kostprijs bereikt is. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of een pgb wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK). 7.. De bijdrage voor maatschappelijke opvang wordt vastgesteld en geïnd door het CAK als het gaat om mensen met een Wlz-indicatie; de Binnenvest heeft deze taak als het gaat om mensen zonder een Wlz-indicatie die gebruikmaken van de maatschappelijke opvang van de centrumgemeente.

Rechtspraak bij dit artikel