Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1

Artikel 32.

Verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

1.. Het college kan in ieder geval een tegenprestatie naar vermogen opleggen aan: a.. belanghebbenden met een uitkering die na ondersteuning richting werk geen reguliere betaalde baan hebben gevonden; b.. belanghebbenden die naar oordeel van het college baat hebben bij het leveren van een tegenprestatie om isolement op te heffen/te voorkomen en het welbevinden te bevorderen. 2.. Bij het opleggen van de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren: a.. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; b.. de persoonlijke situatie van een belanghebbende moet in aanmerking genomen worden; c.. als een belanghebbende al betaalde arbeid, vrijwilligerswerk of mantelzorg als bedoeld in de Wmoverricht, moet daarmee rekening gehouden worden.

Rechtspraak bij dit artikel