Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
het parkeren: indien een uitwegvergunning wordt aangevraagd door een bewoner woonachtig in een woonstraat waar de bezettingsgraad op enig dagdeel hoger is dan 90%, wordt, onverminderd
het gestelde in lid 1 en 2, geen uitwegvergunning verleend.
4. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.3
Maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Zeist 2002