**1..** In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde en een gemeenschappelijke huishouding voerde.
**2..** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan de vergunning voor de vaste standplaats overgeschreven worden op een kind van de vergunninghouder indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt ten tijde van diens overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
**3..** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste en tweede lid, kan de vergunning voor de vaste standplaats overgeschreven worden op een werknemer van het marktbedrijf van de vergunninghouder indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van vergunninghouder heeft gewerkt ten tijde van diens overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
**4..** Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder, de bedrijfsbeëindiging van vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid van vergunninghouder is vastgesteld.
**5..** Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
PARAGRAAF 2
Artikel 12
Overschrijving vaste standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening 2004