Bij het constateren van overtredingen van wet- en regelgeving wordt als algemeen uitgangspunt gesteld, dat er tegen overtredingen wordt opgetreden. Dit uiteraard voor zover de wettelijke bevoegdheden en de prioriteitenstelling van de handhavingspartners dit toelaten.
Handhavingsbeleid mag er niet toe strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nimmer wordt opgetreden. Dit betekent niet dat bij handhaving geen prioriteiten mogen worden gesteld. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van doelmatige handhaving onderscheid te maken in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Zo kan prioritering bepalend zijn voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Ook mag prioritering inhouden dat bij bepaalde lichte overtredingen alleen naar aanleiding van een klacht of een verzoek van een belanghebbende wordt beoordeeld of handhavend moet worden opgetreden. Wanneer door een belanghebbende om handhaving wordt verzocht, kan echter niet uitsluitend onder verwijzing naar de prioriteitstelling van handhaving worden afgezien. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van handhaving worden afgezien.
Bij de opzet is uitgegaan van de landelijke handhavingsstrategie. Het centrale doel in deze strategie en daarmee dit plan is om:
Overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen;
Risicovolle situaties op te heffen.
Uitgangspunten Handhaving:
Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste sanctie wordt rekening gehouden met:
de mogelijke gevolgen van die overtreding;
de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan;
de houding en het gedrag van de overtreder;
de voorgeschiedenis;
het subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel. Dit wil zeggen dat de sanctie moet worden toegepast die het minst ingrijpend is en het beste past om het gestelde doel te bereiken;
Als de toezichthouder een overtreding constateert, past hij het handhavingstappenplan toe;
Als het bevoegd gezag van het stappenplan wil afwijken, moet de afwijking gemotiveerd worden.
Artikel 1.