Naar hoofdinhoud
Voor zover noodzakelijk geacht zijn hieronder een aantal begrippen uit de sanctietabel verder uitgewerkt. Dwangsom Bij het sanctiemiddel ‘dwangsom’ zijn de hoogtes van de dwangsommen vermeld die opgelegd kunnen worden. Bij deze bedragen zijn de kosten voor het ongedaan maken van de overtreding als uitgangspunt genomen. Het maximum van de dwangsom is gesteld op 3 x de opgelegde dwangsom. Bij veel overtredingen is uitgegaan van een dwangsom tot 250 m2 en 250 2 of meer. Het aantal m2’s wordt berekend aan de hand van de oppervlakte van de lokaliteiten in het horeca- dan wel slijtersbedrijf dan wel de verkoopruimte van een andersoortig bedrijf (bijvoorbeeld supermarkt). Het terras behoort ook tot het horecabedrijf. Deze oppervlaktes zijn onder andere terug te vinden in de Drank- en Horecavergunning. Concreet zicht op legalisatie De ondernemer wordt in het voornemen enkel de kans geboden om een vergunning aan te vragen en/of de aanvraagprocedure af te wachten (legalisatie) (gedurende deze procedure is het bedrijf dus open) onder voorwaarde dat: het geldende bestemmingsplan de te legaliseren activiteiten toestaat op dat perceel; er geen (andere) wettelijke belemmeringen (o.a. antecedenten; sociale hygiëne) bestaan; er geen aanleiding is om aan te nemen dat er sprake zal zijn van verstoringen van de openbare orde en veiligheid waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als de exploitatie doorgaat; er geen sprake is van een onderneming op een nieuwe locatie; er naar het oordeel van het bevoegd bestuursorgaan concreet geen aanleiding is te veronderstellen dat niet handhavend optreden leidt tot een ongewenste precedentwerking of schadeclaims; de ondernemer kan aantonen dat hij juridisch en feitelijk over de onderneming kan beschikken; er sprake is van een ongewijzigde voortzetting van de aard van de exploitatie; voor het over te nemen bedrijf een rechtsgeldige Drank- en Horecavergunning is verleend; een ontvankelijke vergunningaanvraag - voor zover nog niet ingediend - binnen de gestelde termijn van 14 dagen wordt ingediend en een in deze aanvraag opgenomen leidinggevende tijdens de openingsuren van het bedrijf steeds aanwezig is; de onderneming staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; er geen BIBOB-tip van het Openbaar Ministerie is ontvangen. Bij het voornemen wordt daarom - voor zover al niet in het bezit van de ondernemer c.q. al aangevraagd - tevens een set aanvraagformulieren meegezonden. De indieningstermijn van de aanvraag en/of zienswijzen bedraagt 14 dagen.

Rechtspraak bij dit artikel