**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet,wordt een verlaging toegepast die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Behoudens, artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de verlaging als bedoeld in het eerste lid op de volgende wijze vastgesteld:
50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een periode tot 6 maanden;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een periode van 6 maanden of langer.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de verlaging bij onverantwoord besteden van vermogen:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 1.000,- maar minder dan € 2.000,-;
50% van de bijstandsnorm gedurende een maand indien het benadelingsbedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan € 2.000,- maar minder dan € 4000,-;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand als het benadelingsbedrag hoger is dan € 4.000,--.
**4..** De verlaging als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, bestaande in het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar uit ’s rijks kas bekostigd onderwijs te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de wet, bedraagt 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
**5..** De duur/hoogte van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging, als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, een zelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging begaat.
**6..** Met een besluit als bedoeld in het vorige lid wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een verlaging op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 4, tweede lid.
**7..** In afwijking van de voorgaande leden kan de bijzondere bijstand geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Peel en Maas