Indien de belasting voor een vergunning, bedoeld in artikel 2, is
voldaan voor een tijdvak van langer dan één kalendermaand en die
vergunning vóór het verstrijken van dat tijdvak wordt ingetrokken,
wordt ontheffing verleend over het aantal nog niet ingetreden volle
kalendermaanden van dat tijdvak. De in de vorige volzin bedoelde
ontheffing wordt niet eerder verleend dan nadat de beschikking van
het college van burgemeester en wethouders, waarbij de vergunning
wordt ingetrokken, onherroepelijk is komen vast te staan.
Indien een vergunninghouder de belasting, bedoeld in artikel 2,
heeft voldaan over een tijdvak van langer dan één kalendermaand, als
gevolg van door of met medewerking van het gemeentebestuur getroffen
maatregelen, andere dan die bedoeld in het eerste lid, gedurende één
of meer in dat tijdvak vallende kalendermaanden niet kan parkeren op
een plaats waarop zijn vergunning betrekking heeft, wordt op verzoek
ontheffing verleend over het aantal volle kalendermaanden, gedurende
welke de vergunninghouder niet heeft kunnen parkeren.
Artikel 9
Ontheffing van parkeerbelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2017