Intrekking vergunning.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 kan een eenmaal
verleende vergunning voor een inrichting waarin geen
alcoholhoudende dranken worden verstrekt worden
ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan één of
meer van de in de artikelen 39 en 40 gestelde eisen of
het bepaalde in artikel 44 APV niet in acht wordt
genomen.
Een vergunning kan eveneens worden ingetrokken, indien
voor de exploitatie tevens een drank- en
horecavergunning is vereist en deze wordt ingetrokken
omdat niet langer voldaan wordt aan de eisen zoals
opgenomen in artikel 8 van de Drank- en Horecawet
respectievelijk het Besluit zedelijk gedrag Drank- en
Horecawet.
De burgemeester kan de vergunning ook intrekken,
indien:
aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder
betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden
verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel
13b Opiumwet of bij activiteiten als bedoeld in
artikel 34 van deze verordening
dit anderszins noodzakelijk is in het belang van
de openbare orde, de aantasting van het woon-en
leefklimaat daaronder begrepen.
4. Indien de vergunning ingetrokken is in het belang van de
openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat
daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe
vergunning voor dezelfde inrichting gedurende een bij de
intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan
worden geweigerd.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3. › Paragraaf 2:
Artikel 43.
Artikel 43.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg