Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide
ondernemersklimaat.
In dit artikel wordt verstaan onder:
Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de
bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun
gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de
bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke
personen die de algemene of onmiddellijke leiding
hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;
Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die
plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw,
of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een
woning die als zodanig in gebruik is.
De burgemeester kan gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten
aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing
is. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom
dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid
onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw kan zich tot
een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een
bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als
de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de
bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
bedrijf uit te oefenen:
In een door de burgemeester op grond van het tweede
lid aangewezen gebouw voor door de burgemeester
genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of
Indien de uitoefening van het bedrijf een door de
burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen
bedrijfsmatige activiteit betreft.
De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde
lid weigeren:
In het belang van het voorkomen of beperken van
overlast of strafbare feiten;
Indien de exploitant of beheerder in enig opzicht
van slecht levensgedrag is;
Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in
overeenstemming zal zijn;
Indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf
personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met
het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of
Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is
met een geldend bestemmingsplan of een geldende
Leefmilieuverordening;
Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen
3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag
een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan
heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de
openbare orde, de aantasting van het woon- en
leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest
dan wel waarvoor de vergunning om die reden is
ingetrokken.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4 APV kan de
burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid
intrekken of wijzigen indien:
Door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of
dreigt te worden aangetast, of;
Door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door
de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed
of dreigt te worden beïnvloed, of;
De voorwaarden uit de vergunning niet worden
nageleefd, of;
De exploitant of beheerder in enig opzicht van
slecht levensgedrag is, of;
De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige
nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of
strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel
toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of
activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare
orde nadelig wordt beïnvloed, of;
Er strafbare feiten in het bedrijf hebben
plaatsgevonden of plaatsvinden, of;
Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen
werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij
of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of
Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of;
De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant
zijn beëindigd, of;
Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning
vermelde in overeenstemming is.
De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen
indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde
lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd.
Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zesde lid
van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te
verblijven.
De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien
later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
aanleiding geven.
Indien er een verandering van omstandigheden optreedt,
waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen,
moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag
indienen.
Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de
verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende
vergunning intrekken.
Een vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning,
strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht
is geworden.
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben
zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het
bedrijf aanwezig is.
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de
exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het
aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit
vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die
bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie
maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of
met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot
weigering of intrekking van een door hem aangevraagde
vergunning, voor zover dat eerder is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3a
Artikel 53a.
Artikel 53a.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg