Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening Delftse Rekenkamer 2009

1.. De Rekenkamer is belast met de organisatie van de onderzoeken, en is autonoom in de inrichting en uitvoering daarvan. De Rekenkamer stelt per onderzoek een plan van aanpak vast en zorgt voor de bewaking van de kwaliteit en de voortgang van het onderzoek. 2.. De Rekenkamer komt op gezette tijden bijeen en bespreekt de beheersmatige en inhoudelijke aspecten en problemen van te verrichten onderzoeken. 3.. Het staat de Rekenkamer vrij om de raad tussentijds te informeren over de voortgang van een onderzoek. 4.. De Rekenkamer draagt de verantwoordelijkheid voor de definitieve formulering van de conclusies van het rekenkameronderzoek. 5.. Het onderzoek van de Rekenkamer mondt uit in een rapportage waarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 6.. De Rekenkamer deelt aan het college of aan de betrokken rechtspersoon de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. 7.. De Rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 van de Gemeentewet een onderzoek heeft ingesteld, zendt de Rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling. 8.. De raad besluit over de behandeling van het rekenkameronderzoek en zal zich binnen drie maanden uitspreken over de conclusies en aanbevelingen van het rekenkameronderzoek. 9.. Als onderdeel van de besluitvorming in de raad wordt tevens vastgelegd wanneer en op welke wijze B&W aan de raad zal rapporteren over de opvolging van door de raad overgenomen conclusies en aanbevelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel