Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

De nummering van objecten

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen) gemeente Krimpenerwaard 2017

De hoofdregel voor het toekennen van nummeraanduidingen is: het adres volgt het (verblijfs)object. Het adres is een kenmerk van een object en is nodig om dit te kunnen identificeren en vinden. Als het object verdwijnt, verdwijnt ook het adres. Een nieuw object krijgt een nieuw adres, dat echter in de benaming hetzelfde kan zijn als het oude adres. Een nummer kan alleen worden toegekend binnen een officiële naamgeving. Als er nog geen (straat)naam is vastgesteld, dient dit eerst te gebeuren. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het toekennen van nummering aan objecten: bij (omgevings)vergunningverlening dient er een correcte adresaanduiding te zijn door middel van een besluit; het te nummeren object of te onderscheiden gedeelte daarvan is een zelfstandige eenheid; het te nummeren object of te onderscheiden gedeelte daarvan is een bijzonder gebruiksobject, waarvan het (functionele) belang zodanig is dat nummering wenselijk is. Dit kunnen zijn: vrijstaande masten voor telecommunicatie, trafo’s van een elektriciteitsnetwerk, pompgemalen met bovengrondse bebouwing, parkeergarages en dergelijke bouwwerken. Deze nummeraanduiding kan voor de BAG een niet-authentieke aanduiding zijn. Deze ‘niet authentieke’ adressen worden geacht zoveel als mogelijk genomen te zijn conform deze uitvoeringsvoorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel