Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Volgorde van nummering

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen) gemeente Krimpenerwaard 2017

De nummeraanduiding bestaat uit: een (huis)nummer, (huis)letter (optioneel), (huis)nummertoevoeging (optioneel) en een postcode. Een nummeraanduiding moet voldoen aan de volgende kenmerken: logische nummeropeenvolging met eventueel toevoeging van een letter (met uitzondering van een g, i, l, o, s of u); verdere subnummering alleen als dit niet anders kan; nummering vanuit het centrum van de woonplaatsen Berkenwoude, Gouderak, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel, Stolwijk en Vlist, oplopend, oneven nummers links, even nummers rechts. Dit geldt ook als de weg slechts aan één zijde bebouwd wordt en voor gebouwen die niet direct aan de weg gelegen zijn. nummering vanuit het centrum van de woonplaatsen Ammerstol, Bergambacht en Schoonhoven, oplopend, oneven nummers rechts, even nummers links. Dit geldt ook als de weg slechts aan één zijde bebouwd wordt en voor gebouwen die niet direct aan de weg gelegen zijn. Wanneer nummers worden toegevoegd wordt de volgende volgorde van voorkeur gehanteerd: Het doorzetten van bestaande nummering en het invoegen van nog niet gebruikte nummers. Dit is de meest gewenste methode. Gebruikmakend van de standaardsystematiek wordt doorgenummerd of tussengevoegd vanuit de bestaande nummers. Het toevoegen van letters aan bestaande nummers. Bij het tussenvoegen van nummers tussen opeenvolgende bestaande nummers wordt aan het laagste van die nummers een letter toegevoegd. De geletterde objecten liggen altijd na het nummer waaraan het nummer wordt toegevoegd (2, 2a, 2b). Als er vóór een laagste nummer (1 of 2) een object toegevoegd wordt, moet dat laagste nummer vernummerd worden, zodat de nummering bij het nieuwe object weer begint met de laagste nummering. Als toevoeging van letters geen uitkomst biedt omdat te veel objecten worden tussengevoegd of er bestaat al een subnummering, dan wordt onderzocht of voor het te nummeren project een nieuwe naamgeving kan worden vastgesteld. Dat gebeurt alleen als uit de feitelijke inrichting van de ruimte zo’n nieuwe naam logisch is. Bijvoorbeeld als er sprake is van een hofje of plein. Vernummering van één of meer van de naastgelegen nummers. Er worden niet meer objecten vernummerd dan strikt noodzakelijk is. Dat wil zeggen: zoveel dat een nummering met hooguit een enkelvoudige lettertoevoeging van de nieuw te nummeren objecten mogelijk is. Vernummering is de minst gewenste vorm bij het toevoegen van nummers. Voor ruimte tussen gebouwen die in de toekomst mogelijk bebouwd wordt, moet getracht worden het maximaal aantal te verwachten nummers te reserveren. De nummering wordt toegekend in een logische oplopende volgorde, gebaseerd op de feitelijke locatie van de hoofdingang van het (deel van het) object of de locatie van de toegangsdeur tot de gemeenschappelijke verkeersruimte. De nummering vindt plaats in de nummerreeks van de straat waaraan de hoofdingang van het (deel van het) object is gelegen. Bijzondere gebruiksobjecten kunnen als zodanig herkenbaar genummerd zijn door bijvoorbeeld een specifieke lettertoevoeging in de aanduiding. Bijvoorbeeld de letter “T” voor betreedbare trafo’s. Hierbij wordt de eerste positie van de nummertoevoeging in een hoofdletter uitgevoerd. Dit onderscheid wordt gemaakt om aan te geven dat het een speciaal object is en geen reguliere (huis)letter, welke volgens deze uitvoeringsvoorschriften moet worden uitgevoerd met een kleine letter.

Rechtspraak bij dit artikel