Naar hoofdinhoud
1.. Het college onderzoekt in een gesprek de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner met een ondersteuningsvraag, de mogelijkheden van de inwoner met een ondersteuningsvraag en zijn sociale netwerk en het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning. Indien sprake is van mantelzorg, wordt ook de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger onderzocht. 2.. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. In dit verslag wordt het oordeel van het college vastgelegd over de eventuele mogelijkheden van zelfredzaamheid van de inwoner met een ondersteuningsvraag, gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg, hulp vanuit het sociale netwerk, gebruik van algemene voorzieningen en indien van toepassing een maatwerkvoorziening onder vermelding van de aan de inwoner met een ondersteuningsvraag kenbaar gemaakte gevolgen. 3.. Indien het gesprek naar het oordeel van het college leidt tot de noodzakelijkheid van een maatwerkvoorziening, wordt het verslag omgezet in ‘mijn plan’ tenzij dit gelet op de aard van de te leveren ondersteuning niet noodzakelijk is. 4.. Om voorafgaand aan de inzet van de maatwerkvoorziening inzichtelijk te maken welke bijdrage(n) de inwoner met een ondersteuningsvraag hiervoor verschuldigd is, verstrekt het college tijdens het onderzoek en voordat het tot een aanvraag komt, aan de inwoner met een ondersteuningsvraag uitleg en informatie over de wijze van berekening van de bijdrage. Het college ondersteunt de inwoner met een ondersteuningsvraag - voorzover redelijkerwijs mogelijk en noodzakelijk - bij het maken van een indicatieve berekening van de verschuldigde bijdrage of verwijst de inwoner met een ondersteuningsvraag naar derden die hierbij kunnen helpen. 5.. De inwoner met een ondersteuningsvraag kan geen rechten ontlenen aan de indicatieve berekening van de verschuldigde bijdrage. 6.. Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de inwoner met een ondersteuningsvraag, het gespreksverslag, in voorkomend geval ‘mijn plan’. 7.. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner met een ondersteuningsvraag worden aan het gespreksverslag of ‘mijn plan’ toegevoegd. 8.. Het door het college ondertekende verslag en –in het geval van een door het college noodzakelijk geachte maatwerkvoorziening- ‘mijn plan’ worden door de inwoner met een ondersteuningsvraag, dan wel diens vertegenwoordiger, voor akkoord ondertekend.

Rechtspraak bij dit artikel