**1..** Het college kan delen van de stad en historische structuren aanwijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht.
**2..** Het college besluit over de aanwijzing nadat de commissie om advies is gevraagd.
**3..** De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
**4..** De commissie adviseert binnen acht weken na de dag van ontvangst van het verzoek van het college.
**5..** Het college beslist binnen zestien weken nadat het voornemen tot aanwijzing kenbaar is gemaakt.
**6..** Het college kan de in het vijfde lid genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits het belanghebbenden daarvan in kennis stelt binnen de in het vijfde lid genoemde termijn van zestien weken.
**7..** Het college registreert het beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten.
**8..** De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanduiding van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.