1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die
redelijkerwijze niet of niet geheel ten zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als in artikel 6 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 6;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 6, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 13, tweede lid onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 14, tweede lid tweede volzin.
2. In de gevallen waarin het college het bevoegd gezag is als bedoeld in artikel 1, onder u, zijn voor de behandeling van de aanvragen de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 6
Artikel 19
Tegemoetkoming in de schade
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Arnhem 2010